← TERUG

Introductie

CJC-1295 is een synthetisch peptide uit de klasse van de groeihormoon-vrijmakende hormoon (GHRH) analogen, tevens aangeduid als groeihormoon-secretagogen. De stof is afgeleid van de eerste 29 aminozuren van humaan GHRH — het biologisch actieve N-terminale fragment dat op zichzelf vrijwel de volledige GH-vrijmakende activiteit van het volledige 44-aminozuur GHRH behoudt en dat ook wel GRF(1-29) of sermoreline wordt genoemd. Ten opzichte van dit natuurlijke fragment draagt CJC-1295 vier gerichte aminozuursubstituties: D-Ala op positie 2 (in plaats van L-Ala), Gln op positie 8 (in plaats van Asn), Ala op positie 15 (in plaats van Leu) en Leu op positie 27 (in plaats van Met), wat de stof tot een ’tetragesubstitueerd’ GHRH-analoog maakt. Het meest onderscheidende structuurkenmerk is een extra lysineresidu op positie 30 dat een N-epsilon-maleimidopropionylgroep draagt: dit vormt de reactieve eenheid van het zogenoemde Drug Affinity Complex (DAC). De IUPAC-achtige modificatie-aanduiding luidt N-epsilon30-maleimidopropionyl-[D-Ala2, Gln8, Ala15, Leu27]-sermoreline-Lys30. De brutoformule is C165H269N47O46 met een molecuulmassa van ongeveer 3647 g/mol (CAS-nummer 446262-90-4; het peptide is onder meer geregistreerd in PubChem en gerelateerde chemische databanken). De stof werd in de vroege jaren 2000 ontwikkeld door het Canadese biotechnologiebedrijf ConjuChem (ConjuChem Biotechnologies), met sleutelpublicaties van onder meer Jetté, Léger, Teichman, Ionescu en Frohman in de periode 2005-2006. Van belang is dat de term ‘CJC-1295’ in de wetenschappelijke literatuur strikt verwijst naar de DAC-dragende variant; het identieke peptidegeraamte zonder de maleimidogroep wordt ‘CJC-1295 zonder DAC’ of ‘modified GRF(1-29)’ genoemd en is farmacokinetisch een wezenlijk andere stof, iets dat in de literatuur regelmatig ten onrechte gelijkgesteld wordt.

Werkingsmechanisme

Het werkingsmechanisme van CJC-1295 berust op het nabootsen van endogeen GHRH. Het peptide bindt aan de GHRH-receptor (GHRHR), een klasse-B (secretine-familie) G-eiwit-gekoppelde receptor die tot expressie komt op de somatotrofe cellen in de hypofysevoorkwab. Binding activeert het stimulerende G-eiwit Gs (Gα-s), dat op zijn beurt het enzym adenylaatcyclase stimuleert; dit verhoogt de intracellulaire concentratie van cyclisch AMP (cAMP). De cAMP-toename activeert proteïnekinase A (PKA) en bevordert de instroom van calcium; via onder meer fosforylering van de transcriptiefactor CREB leidt dit tot zowel de aanmaak (gentranscriptie van GH) als de vrijgifte (exocytose van GH-blaasjes) van groeihormoon (GH) uit de somatotrofen. Het vrijgekomen GH stimuleert vervolgens, met name in de lever, de productie van insuline-achtige groeifactor 1 (IGF-1), dat een groot deel van de nageschakelde biologische effecten van GH bemiddelt. Een wetenschappelijk belangwekkend aspect is dat CJC-1295, ondanks continue receptorstimulatie door de langdurige circulatie, de pulsatiele (stootsgewijze) aard van de GH-afgifte grotendeels behoudt; onderzoek van Ionescu en Frohman (2006) toonde aan dat de GH-secretie pulsatiel blijft tijdens continue stimulatie door CJC-1295, waarbij vooral de basale GH-spiegels en de pulsamplitude toenemen terwijl de onderliggende pulsfrequentie — mede aangestuurd door de tegenspeler somatostatine — intact blijft. Deze werking verschilt fundamenteel van directe toediening van GH, omdat de eigen hypofyse-as en haar terugkoppelingsmechanismen (waaronder de remmende invloed van somatostatine en IGF-1) in de keten betrokken blijven.

Onderzoeksgebieden

CJC-1295 wordt bestudeerd binnen de endocrinologie en de peptidefarmacologie, met de somatotrope as (GHRH-GH-IGF-1) als centraal onderwerp. Een belangrijke vroege studie was het onderzoek van Teichman en collega’s (2006, Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism), waarin bij gezonde volwassenen dosisafhankelijke, langdurige stijgingen van GH en IGF-1 werden waargenomen na eenmalige en herhaalde toediening — een puur farmacologische karakterisering van het concentratie-tijdverloop. In preklinisch modelonderzoek is de stof onder meer onderzocht in het GHRH-knock-outmuismodel (Alba et al., American Journal of Physiology – Endocrinology and Metabolism, 2006), waarin werd bestudeerd of langwerkende GHRH-stimulatie de groei kan herstellen bij afwezigheid van endogeen GHRH — een elegante manier om de specifieke bijdrage van de GHRH-route te isoleren. Het fundamentele farmacologische werk van Jetté en collega’s (Endocrinology, 2005) karakteriseerde de albumine-bioconjugaten van GRF(1-29) en identificeerde CJC-1295 als een langwerkend GRF-analoog dat de GRF-receptor op de hypofysevoorkwab van ratten activeert; in dat werk vertoonde CJC-1295 een aanzienlijk verhoogde GH-oppervlakte-onder-de-curve ten opzichte van ongemodificeerd hGRF(1-29). Onderzoeksvelden waarin de stof conceptueel relevant is, omvatten de studie van somatotroffysiologie, de mechanismen van GH-pulsatiliteit en de wisselwerking tussen GHRH en somatostatine, en het bredere gebied van ‘drug affinity complex’-technologie als methode om de werkingsduur van peptidegeneesmiddelen te verlengen. Het is belangrijk te benadrukken dat de klinische ontwikkeling niet werd voltooid en dat er geen goedgekeurde geneesmiddeltoepassing van CJC-1295 bestaat; het huidige gebruik van de stof is beperkt tot een laboratorium- en onderzoekscontext.

Farmacologische eigenschappen

De farmacologische eigenschappen van CJC-1295 worden bepaald door twee elkaar aanvullende ontwerpstrategieën die de metabole stabiliteit en de werkingsduur verlengen. Ten eerste beschermen de vier aminozuursubstituties het peptide tegen zowel enzymatische als chemische afbraak: de D-Ala op positie 2 verhindert klieving door het enzym dipeptidylpeptidase-IV (DPP-IV), dat natuurlijk GHRH binnen enkele minuten aan de N-terminus (de Tyr1-Ala2-binding) inactiveert; de Gln op positie 8 vervangt een asparagineresidu dat gevoelig is voor deamidering en de daarmee samenhangende aspartimide-/isomerisatiereacties; de Leu op positie 27 vervangt een methionine dat kwetsbaar is voor oxidatie; en de Ala op positie 15 draagt bij aan de potentie en de proteolytische stabiliteit. Deze substituties samen verlengen de halfwaardetijd van het onderliggende peptide van circa 5 tot 7 minuten (natief GHRH/GRF(1-29)) tot in de orde van 30 minuten (de variant zonder DAC). Ten tweede — en dit is de eigenlijke definiërende eigenschap van CJC-1295 — reageert de reactieve maleimidogroep op het lysineresidu na toediening covalent met de vrije thiolgroep van cysteïne-34 op circulerend serumalbumine, waardoor een stabiele thioëtherbinding ontstaat (in-vivo-bioconjugatie). Doordat albumine zelf een plasmahalfwaardetijd van ongeveer 19 dagen heeft en het gekoppelde peptide daardoor wordt afgeschermd van renale filtratie en proteolyse, neemt de effectieve halfwaardetijd toe tot de orde van 6 tot 8 dagen bij mensen (in klinisch onderzoek geschat op ongeveer 5,8-8,1 dagen). In de betreffende onderzoeken bleven de GH-spiegels gedurende zes dagen of langer verhoogd en de IGF-1-spiegels gedurende negen tot elf dagen na een enkele toediening, met bij herhaalde toediening een nog langer aanhoudende IGF-1-verhoging; deze getallen betreffen puur farmacokinetische en farmacodynamische onderzoeksbevindingen en vormen geen gebruiksaanwijzing.

Achtergrond en context

CJC-1295 is het best te begrijpen binnen de bredere familie van GHRH-analogen en de evolutie van peptide-‘life-extension’-technologie (het verlengen van de circulatieduur van peptiden). Het directe uitgangspunt is sermoreline, het onbewerkte GRF(1-29)-fragment, waarvan de zeer korte halfwaardetijd de praktische bruikbaarheid beperkt. Verwante verbindingen zijn tesamoreline, een ander gestabiliseerd GHRH-analoog dat wél een goedgekeurde geneesmiddelstatus bereikte (voor een specifieke indicatie), en de nauw verwante experimentele stof CJC-1293. Binnen deze reeks illustreert CJC-1295 de conceptuele stap van louter sequentiestabilisatie (de vier substituties, die ook de variant zonder DAC kenmerken) naar actieve verankering aan een lichaamseigen dragereiwit via de DAC-technologie — een principe van covalente albuminebinding dat ook in andere langwerkende peptidegeneesmiddelen is toegepast. Wetenschappelijk is de stof interessant omdat zij een natuurlijke bovenstroomse regulator van de GH-as nabootst in plaats van GH zelf toe te dienen, waardoor de fysiologische terugkoppeling en het pulsatiele afgiftepatroon deels behouden blijven; dit maakt haar een nuttig instrument om de somatotrope as te bestuderen. Van belang voor de context is dat de klinische ontwikkeling door ConjuChem in fase II werd stopgezet nadat een deelnemer aan een studie was overleden; de behandelend arts schreef dit overlijden toe aan een vooraf bestaande (asymptomatische) coronaire hartziekte en beoordeelde het als niet gerelateerd aan de onderzoeksstof, waarna de ontwikkeling uit voorzorg toch werd beëindigd. De stof heeft nooit markttoelating als geneesmiddel verkregen en wordt vandaag primair aangemerkt als een ‘research chemical’ zonder erkende therapeutische indicatie.

Onderzoeksvorm en bewaring

Onderzoekspeptiden zoals deze worden doorgaans geleverd als gevriesdroogd poeder (lyofilisaat) en dienen koel en droog bewaard te worden. Elke batch hoort onafhankelijk getest te worden op zuiverheid en identiteit voordat deze in onderzoek wordt gebruikt.

Dit product is uitsluitend bestemd voor laboratorium- en onderzoeksdoeleinden en is niet bedoeld voor menselijke of veterinaire toepassing.

← Terug naar het overzicht